
Terwijl de onrust over de gas- en olieprijzen toeneemt vanwege de Iran oorlog, voelt Nederland de pijn van een deels zelf gecreëerd stroominfarct. Waar dit wordt veroorzaakt door onnodig hoge energiebehoefte van datacenters kan dit worden voorkomen. Met spoedwetgeving kan de nodige ruimte worden gecreëerd om woningbouw en bedrijfsaansluitingen door te laten gaan. Dwing daarom datacenters tot “state of the art” toepassingen om het gebruik van stroom en water drastisch terug te dringen. Dat is technisch mogelijk, maar stuit op achterhaalde afspraken en op korte termijn winstbejag.
De verschijnselen van het infarct zijn inmiddels genoegzaam bekend.
In Utrecht, Gelderland en Flevoland is het binnenkort gedaan met woningbouw omdat aansluiting op het stroomnet voorlopig ontbreekt, aldus Tennet. De provincies roepen het kabinet op tot een “crisisaanpak”. 14.000 bedrijven en instellingen staan in de wacht voor een aansluiting. En we moeten ons er kennelijk op voorbereiden dat de luxe van een gegarandeerde stroomvoorziening in de komende jaren op de tocht staat, zelfs als de Russen ons met rust laten.
Datacenters vormen een groot deel van het energieprobleem, vooral in stedelijke omgevingen. Inmiddels zijn vergunningen afgegeven voor nog eens zeven hyperscale datacenters die in Amsterdam, Lelystad en Haarlemmermeer nieuwe huizen en bedrijfsuitbreiding steeds meer in de weg zitten. Op veel plaatsen kan het elektriciteitsnet de vraag nu al niet meer, en dat wordt alleen maar erger.
Het is dus begrijpelijk dat de maatschappelijke en politieke weerstand tegen datacenters sterk groeit. Toch is het niet verstandig die weerstand te vertalen in het tegenhouden van uitbreiding want die hebben we hard nodig voor het vermogen van onze economie in de toekomst, gebaseerd op een exponentieel groeiende compute capaciteit door de toepassing van AI.
Nederland heeft ook terecht uitgesproken het digitale centrum van Europa te willen worden. Ik zeg dat met enige trots als mede-oprichter van de Amsterdam-Internet Exchange (AMS-IX) die van Nederland tot een voor de wereldeconomie onmisbare digitale schakelkast heeft gemaakt. Maar ik maak me grote zorgen dat bij bestaande en voorziene investeringen in grote en kleine datacenters de technische opties om spectaculair te besparen op stroom- en watergebruik vooralsnog niet dwingend worden voorgeschreven.
Want die opties zijn er ook al vandaag. Verschillende bedrijven werken aan oplossingen voor de koeling van de servers. Deze is nu nog te vaak luchtgekoeld met een navenant hoog stroomgebruik. Met de exponentiële groei van AI en de daarvoor ontworpen veel meer warmte afgevend chips, is luchtkoeling niet meer mogelijk. Door in plaats van lucht vloeistof te gebruiken waarbij ten minste de chipsets veel efficiënter gekoeld wordt (“on-chip-cooling”) tot onderdompeling in niet stroom-geleidende en tevens sterk warmte-geleidende vloeistof (“immersion cooling”) kan dit worden ondervangen. Een veelbelovende methode is het onderdompelen van complete servers in gesloten cassettes. De eerste toepassingen in de praktijk bevestigen dat er een besparing van meer dan 50% op stroomgebruik en van 95% op watergebruik mogelijk is. Recent heeft de overheid besloten in een van hun datacenters tot plaatsing van dergelijke cassettes in bestaande infrastructuur over te gaan. Dit voorbeeld doet hopelijk snel volgen. Het biedt voor vele kleinere en grotere bestaande én nieuwe datacenters belangrijke voordelen en zal de maatschappelijke aanvaarding van datacenters ten goede komen.
Maar deze revolutie gaat niet vanzelf, zoals de scale-up iXora die ik mede heb opgericht, ervaart door gebrek aan werkkapitaal om op grotere schaal door te kunnen breken. Dit is een breder levend probleem voor innovatieve technologie. Ruimere voorfinanciering zoals in het rapport-Wennink bepleit, zou helpen. Waar is Invest-NL?
Maar ook de praktijk waarin colo-datacenter beheerders zelf belang hebben bij een hoger elektriciteitsgebruik van hun huurders moet veranderen. Waar is de Tweede Kamer? Dwingende wetgeving, om de nieuwste en op energie en klimaat best scorende technologie te moeten toepassen, kan tot een enorme versnelling leiden. Dat zal Amsterdam en andere plaatsen in de gelegenheid stellen datacenter groei en de belangen van woningzoekenden en bedrijven met elkaar te verzoenen. Het is de hoogste tijd voor ingrijpen.
De in Nederland actieve colo-datacenterspartijen (veelal met roots in het buitenland) hebben zich verenigd in de DDA (Dutch Datacenter Association); een sterke lobbyclub die zich beijvert voor een ‘gezond’ vestigingsklimaat voor haar leden, waaronder (dus) volop ruimte, stroom en water voor hun industrie. De DDA meldt: “Stroom is de grootste kostenpost voor datacenters. Daarom doen ze er alles aan om geen stroom te verspillen, want dat voelen ze direct in hun portemonnee.”
Dit klinkt logisch en verkoopt dus goed, maar het is helaas onjuist, want het is niet het datacenter die de rekening oppakt, maar de klant van het datacenter, en daarmee vervalt de incentive om te investeren in innovatieve stroom-besparende oplossingen.
De DDA geeft ook aan dat er plannen zijn om de komende jaren veel meer woningen te verwarmen met de restwarmte van datacenters. Dit valt toe te juichen, maar in de praktijk valt er met de warme lucht die de datacenters nu als restproduct aanleveren geen businesscase voor gebruik in warmtenetten rond te krijgen. De restwarmte die via immersion koeling wordt gegenereerd is vele malen hoger en praktischer inzetbaar voor stadsverwarming, maar dat vergt aanpassingen. Aanpassingen die zich maatschappelijk gezien snel terugverdienen, maar van de datacenter industrie wel het nodige vergen. De wil (en het geld) is er overigens wel, maar alleen als dat voor alle partijen geldt en niet meer vrijblijvend is. Ruimte voor de overheid dus om in te grijpen.
Het rapport Wennink onderstreept terecht het belang van onze digitale economie en legt de verantwoordelijkheid niet per se bij de overheid, maar willen we met z’n allen hiervan kunnen profiteren, dan zullen we ook met z’n allen de verantwoordelijkheid moeten nemen dit duurzaam en toekomstvast vorm te geven.
Met de toenemende nadruk op duurzaamheid wordt het rapporteren volgens normen zoals de EU Code of Conduct on Data Centre Energy Efficiency, de EU Taxonomy Regulations, de EU Energy Directive en het rapporteren van de ecologische voetafdruk (Scopes 1 en 2) steeds belangrijker. Deze rapporten bieden een duidelijk overzicht van de energie-efficiëntie van een datacenter, waardoor een historische gegevensbank ontstaat die kan worden gebruikt om duurzame operaties verder te verbeteren.
Ik pleit voor een versnelling van gerichte regelgeving voor het verlagen van de ecologische druk op schaarse zaken als stroom, water en ruimte. Deze doelstelling moet zijn het bevorderen van onze digitale positie binnen Europa om ook de komende decennia hiervan te kunnen profiteren.
Job Witteman
April 2026






